Een Spiegel van Nederland

Alleman en Bij de Beesten af als weerspiegeling van de Nederlandse samenleving

In 1961 vergeleek Bert Haanstra het menselijk gedrag met dat van dieren in zijn korte documentairefilm Zoo, welke hij opnam met een verborgen camera. Dit deed hij als voorstudie voor een langere antropologische documentaire over het gedrag van de mens. Deze documentairefilm genaamd Alleman (1963) bracht het dagelijks leven van “de Nederlander” in beeld en hield daarmee het publiek een spiegel voor. De connectie tussen mens en dier liet Haanstra echter niet los en rond 1969 begon hij aan de opnames van Bij de Beesten af (1972). Met deze lange documentaire, waarin hij het gedrag van dieren met dat van mensen vergeleek, wilde Haanstra het publiek opnieuw een spiegel voorhouden, ditmaal met een wetenschappelijke insteek. Twee films met twee verschillende visies op de maatschappij. De vraag in dit onderzoek is daarom als volgt:

Wat is het verschil in de receptie van Alleman (1963) en Bij de Beesten af (1972) betreffende de spiegel die Haanstra zijn publiek wil voorhouden en waarop is dit verschil gebaseerd?

Hierbij wordt tevens de subvraag gesteld of de door Haanstra getoonde werkelijkheid in beide films goed aansluit op de samenleving van toen. Belangrijke thema’s die daarbij worden gehanteerd zijn de mens, zijn leefmilieu en de sociale samenleving in het algemeen.

De documentaire Alleman werd voor het eerst vertoond eind 1963. De film leende de ritmische montagestijl van Zoo en werd net als deze film grotendeels opgenomen met een verborgen camera. Haanstra koos er voor het ‘gewone, alledaagse leven van de Nederlander’ in beeld te brengen. De film die hij maakte was niet direct maatschappijkritisch bedoeld en Haanstra had dan ook niet de intentie om mensen met zijn film te kwetsen. Zijn doel was voornamelijk het portretteren van Nederlanders in hun vrije tijd.

Bij de Beesten af
Dieren kijken in de dierentuin (Credit: Bij de Beesten af)

De tweede film waarnaar in dit onderzoek gekeken wordt, is Bij de Beesten af, een natuurfilm waarin het gedrag van dieren en de overeenkomsten daarin met het gedrag van mensen centraal stond. Bert Haanstra maakte de film in samenwerking met Gerard Baerends, een professor gespecialiseerd in gedragswetenschappen. Haanstra reisde drie jaar lang de wereld rond voor de opnames van de film. Bij de Beesten af kan opgedeeld worden in drie stukken: een portret van dieren, een uitweiding over hun gedrag en een vergelijking met het gedrag van mensen. Het is interessant om Alleman met Bij de Beesten af te vergelijken omdat de Nederlandse samenleving in de tien jaar tijd tussen het uitkomen van de films veel veranderd is. Zo veranderde bijvoorbeeld veel in de houding van de mens ten opzichte van het milieu. Ook Haanstra zelf en zijn houding ten opzichte van de samenleving was niet langer hetzelfde in de jaren zeventig. De “spiegel” die hij zijn publiek voorhield met Bij de Beesten af verschilt dan ook sterk met die in Alleman . Een verklaring hiervoor ligt in de progressie van zijn carrière en het milieudenken in Nederland.

Een onderzoek naar de receptie van de films uit de tijd waarin zij uitkwamen kan helpen bij het koppelen van heersende denkbeelden uit de jaren zestig en zeventig betreffende de mens en zijn leefmilieu aan Haanstra’s werk. Bij Alleman leek het publiek het geweldig te vinden om “de Nederlander” op het grote doek te zien. Haanstra kreeg veel brieven thuisgestuurd met reacties van mensen die zichzelf in Alleman hadden gezien en daar zeer gelukkig mee waren. Rondom Bij de Beesten af ontstond meer discussie. De film bleek meer controversieel dan Alleman in haar boodschap en visie op de mens. Het is interessant om te kijken welke culturele waarden hieraan ten grondslag liggen.

In dit onderzoek wordt daarom een ideologische receptieanalyse uitgevoerd. Bij een dergelijke analyse worden audiovisuele producten gebruikt om ontwikkelingen in de samenleving op te sporen. Zo kan men onder andere kijken naar wat films vertellen over de tijd waarin zij gemaakt werden. Deze analyse wordt uitgevoerd aan de hand van een hoeveelheid recensies van Alleman en van Bij de Beesten af uit het Bert Haanstra-archief in het EYE Film Instituut te Amsterdam. Deze recensies komen voort uit diverse nationale en regionale kranten, tijdschriften en opiniebladen zoals De Volkskrant, Het Parool, Vrij Nederland en het NRC Handelsblad, welke in de periode dat de films uitkwamen daar verslag over deden. In de bronnen worden de films niet alleen inhoudelijk besproken, maar worden ook de receptie van het publiek, de productionele aspecten van de films en de discussies die plaatsvonden rondom de films besproken. Niet alle recensies uit de bronnenlijst zullen in de tekst aangehaald worden, wel illustreren zij gezamenlijk de gemaakte punten in dit verslag.

Het bestuderen van deze bronnen en het verder uitvoeren van dit onderzoek zal gebeuren volgens de aanpak beschreven door Chris Vos. Vos gaat er vanuit dat films in een historische context geplaatst moeten worden om te kunnen achterhalen welke betekenis zij hadden voor de maker en het publiek waarvoor zij werden gemaakt. De theoretische basis waarop dit onderzoek zich baseert is de reflectiethese zoals benoemd door Vos. Volgens hem kan een film nooit één op één een weerspiegeling van de maatschappij zijn, maar kan men in een film wel een samenleving reflecteren door de daarbij behorende problemen, waarden en wensen te integreren in de film.

Diverse boeken over Bert Haanstra, waaronder Bert Haanstra: Filmer van Nederland (2009) en Bert Haanstra: Het Bewogen Oog (1983) kunnen worden gebruikt voor achtergrondinformatie over de films en de cineast zelf. Om inzicht te krijgen in de veranderingen die Nederland doormaakte op het gebied van “mens en milieu” zullen voornamelijk de boeken De Nederlanders en hun milieu (1987), De groene golf (1989) en The Limits to Growth (1972) gehanteerd worden, alsmede diverse andere publicaties over milieudenken in de jaren vijftig, zestig en zeventig.

Bert Haanstra
Bert Haanstra wint een Academy Award voor Glas (Credit: Glas)

Bert Haanstra

Cineast Bert Haanstra (1916-1997) is een van de bekendste Nederlandse documentairemakers. De thema’s die Haanstra in zijn films behandelde werden vaak als “typisch Nederlands” beschouwd en in de pers werd hij vaak benoemd als dé vertegenwoordiger van de Nederlandse documentairefilm. Haanstra begon zijn carrière als fotograaf, maar maakte in 1948 de overstap naar film met Muiderkring Herleeft. Twee jaar later bracht hij Spiegel van Holland (1950) uit, een film die hij maakte om beter bekend te raken met het nieuwe medium. Met Spiegel van Holland omarmde Haanstra voor het eerst een belangrijk thema dat in veel van zijn latere documentaires nog terug zou komen, namelijk het thema “Nederland”. Een belangrijk kenmerk van zijn aan Nederland gerelateerde werk was dat Haanstra zijn publiek vaak een spiegel probeerde voor te houden. Latere films waarin Haanstra dit deed waren Fanfare (1958), Zoo (1961), Alleman (1963), Bij de Beesten af (1972) en Nederland (1983).

Haanstra’s populairste film was Alleman, een portret van de Nederlander in zijn vrijetijdsleven. Na Alleman en De stem van het water (1966) bleef het echter even stil rondom Haanstra. Uiteindelijk presenteerde hij in 1972 weer een nieuwe, grote documentaire waarin hij het publiek een spiegel wilde voorhouden; ditmaal met een wetenschappelijke insteek. In de film, Bij de Beesten af, vergelijkt Haanstra het gedrag van dieren met dat van mensen. In de tien jaar tijd tussen Alleman en Bij de Beesten af veranderde er echter veel in Nederland op het gebied van mens en milieu. Deze veranderingen zijn op te maken uit de recensies van beide films uit de tijd dat zij uitkwamen.

Spiegel van Holland
Waterspiegeling van Nederland (Credit: Spiegel van Holland)

De milde weerspiegeling van de Nederlander in Alleman

‘”Alleman” is een voortreffelijk, uitermate sympathiek gefilmd beeld van ons allemaal!’ schreef de Haagsche Courant in december 1963 over Bert Haanstra’s nieuwe film. Recensent Kees de Bruijn speculeerde in zijn stuk dat Alleman een ‘document van niet te schatten cultuurhistorische waarde’ zou worden. Veel andere recensenten deelden zijn mening over de film. Zij spraken in hun recensies over hoe Haanstra “ons” in beeld had gebracht en hoe “wij” te bekijken waren op het grote scherm. Alleman werd veel geprezen en trok al snel meer dan een miljoen bezoekers. Daarmee werd de film de best bezochte documentaire van Nederland. Blijkbaar had Haanstra de juiste aanpak gehanteerd voor het schetsen van zijn portret van de Nederlanders.

Toch waren er ook kritieken op Alleman. De verzuildheid van de Nederlandse pers weerspiegelde zich in de kritieken die de film kreeg. Alle recensenten waren positief over de film, maar de ene krant plaatste meer vraagtekens bij Haanstra’s methode dan de andere. In het rooms-katholieke De Volkskrant schreef men dat Haanstra jammer genoeg niet hét beeld van de Nederlanders liet zien, maar enkel zijn eigen visie daarop. Haanstra schiep zogezegd een ‘eigen werkelijkheid’ en liet de ‘lamstralen […], profiteurs, aanstellers en lui met kapsones’ achterwege. De sociaaldemocratische krant Het Parool kon zich daarentegen wel goed vinden in Haanstra’s goedaardige visie. Volgens de krant confronteerde Haanstra het publiek (“ons”) zo op vermakelijke wijze met zichzelf. De liberale kranten de Nieuwe Rotterdamse Courant en het Algemeen Handelsblad (welke later samen het NRC Handelsblad zouden vormen) deelden de kritische mening van De Volkskrant. Het Algemeen Handelsblad schreef dat Haanstra in Alleman niet de moed leek te hebben de merkwaardigheden van het volk in beeld te brengen. Beide kranten schreven daarnaast dat Haanstra zich te veel had gefocust op de filmvorm en te weinig op het in beeld brengen van de “echte” mens. De Nieuwe Rotterdamse Courant voegde daar in een latere recensie aan toe dat Haanstra zich er te gemakkelijk van af had gemaakt en dat hij te zachtmoedig was geweest in het maken van zijn film. Volgens de krant had Haanstra meer risico’s moeten nemen in de selectie van zijn materiaal.

Alleman
Het alledaagse leven in Holland (Credit: Alleman)

Hoewel de milde, niet kwetsende visie op “alleman” exact was wat Haanstra voor ogen had, werd deze keuze in vrijwel alle recensies aan de kaak gesteld. Hieruit blijkt dat de inherente betekenis van de film afweek van de gepercipieerde betekenis. Haanstra wou zijn publiek een niet-kwetsende versie van de Nederlander in zijn vrije tijd laten zien, maar zijn voorzichtige aanpak werd niet door iedereen gewaardeerd. Sommige recensenten interpreteerden de film als “eenzijdig” en zagen in Alleman geen rustiek, goedaardig volk, maar een volk dat de schijn ophield “perfect” te zijn. Veel kranten haalden voorbeelden aan van beelden die wel en niet in de film terecht waren gekomen om te illustreren hoe voorzichtig Haanstra met zijn verborgen camera met de privacy van zijn subjecten was omgegaan. Ondanks dat Haanstra in Alleman de verzuiling van het land grotendeels negeert, blijkt uit de recensies van de film dat de verzuiling begin jaren zestig wel degelijk nog steeds een rol speelde in de samenleving.

Ondanks de meer kritische visie van de liberalen op Alleman waren de meeste kijkers in de zaal toch blij met Haanstra’s goedaardige visie op de Nederlander. Het enige moment waarop Haanstra zich in zijn film negatief uitlaat over de mensheid is wanneer hij de relatie tussen mensen en dieren onder de loep neemt. Na het tonen van opnames van mensen die vogels redden tijdens de koude winter, laat hij plotseling beelden zien van een slachterij waar duizenden vogels per dag worden genekt voor menselijke consumptie. Op ironische wijze toont hij hiermee de relatie tussen mens en dier. In Alleman komt zo kort Haanstra’s visie op mens en milieu aan bod. In de jaren zestig was de milieubewustheid van het volk echter nog aanzienlijk laag en een verdere uitweiding over het onderwerp was dan ook uitgesloten. In 1955 had Haanstra al wel Strijd zonder einde (1955) gemaakt, een opdrachtfilm voor Royal Dutch Shell over de bedreiging die insecten vormden voor de mensheid en haar gewassen, maar het was pas tien jaar na Alleman dat hij een nieuwe film over de mens en het milieu uitbracht.

Strijd zonder einde
Duizenden insecten (Credit: Strijd zonder einde)

Een periode van bewustmaking

In een bekende sequentie uit Strijd zonder einde bestrijdt een verdelgingsvliegtuigje een enorme zwerm sprinkhanen met dodelijk gif. De op de vliegtuigruit uiteenspattende insecten en de creperende sprinkhanen op de grond werden gezien als een overwinning op de natuur; een overwinning voor de mens. Haanstra brengt in de documentaire echter niet alleen de last die mensen van insecten hebben in beeld; hij benut ook de kans om de wereld van de insecten zelf in beeld te brengen. Deze meer positieve kant van het dierenleven komt terug in Haanstra’s Bij de Beesten af.

De tijd tussen het uitkomen van Strijd zonder einde, Alleman en Bij de Beesten af beslaat dertig jaar en in die tijd is veel veranderd in de maatschappij betreffende het denken over mens en milieu. Waar in Strijd zonder einde de natuur een bedreiging vormt en in Alleman de relatie tussen mens en dier enkel kort op ironische wijze wordt aangehaald, is Bij de Beesten af Haanstra’s eerste diepgaande studie van de natuur en het milieu. De keuze deze film te maken paste goed in het tijdsbeeld van de jaren zeventig. Net als in Alleman wilde Haanstra met Bij de Beesten af het publiek een spiegel voorhouden. Deze keer wilde hij dat echter doen op basis van gedrag en de gelijkenissen die mensen vertonen met dieren. Deze gedachte kwam voort uit de veranderende houding van mensen ten opzichte van de natuur. Om deze verandering te begrijpen moeten we terug gaan naar de jaren vijftig en zestig.

Na de Tweede Wereldoorlog deed in Nederland de modernisatie zijn intrede. Deze trend ging gepaard met een bevolkingsgroei, verstedelijking, industrialisatie, de mechanisatie van de landbouw en de toename van verkeer. Het aantal elektrische apparaten in het huishouden nam in de decennia die volgden steeds meer toe en daarmee steeg ook het elektriciteitsverbruik sterk. Midden jaren zestig begonnen de gevolgen hiervan duidelijk te worden: planten en dieren stierven uit, er werd verontreiniging geconstateerd en men klaagde steeds meer over geluidshinder. Vroege milieuorganisaties zoals de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten in Nederland (1905) en de Contact-Commissie inzake Natuurbescherming (1932) waarschuwden al eerder voor milieuvervuiling en riepen het volk op het milieu te beschermen, maar het waren publicaties als het rapport van de Club van Rome (The Limits to Growth, 1972), Paul en Anne Ehrlich’s Population, resources and environment (1970) en Rachel Carson’s Silent Spring (1962) die werkelijk bijdroegen aan het besef van de verslechterende staat van het milieu in Nederland. De opkomst van dit milieudenken ging gepaard met de oprichting van nieuwe milieugerichte actiegroepen zoals het World Wildlife Fund (1961) met Prins Bernhard als president en de Landelijke Vereniging tot Behoud van de Waddenzee (1965). Vanaf 1969 nam het aantal organisaties een enorme vlucht, met actiegroepen zoals de Stichting Natuur en Milieu (1972) en de Vereniging Milieudefensie (1972). Zij ontleenden hun bestaansrecht aan de Nederlandse bevolking: inde loop der jaren werd één op de twintig mensen lid. Vanaf de jaren zeventig werden daarnaast diverse grote onderzoeken uitgevoerd naar milieu, milieubewustheid en milieubewust gedrag. Deze onderzoeksdiscipline kwam voort uit de groeiende zorg voor het milieu welke werd waargenomen door wetenschappers en de overheid. Lidmaatschap van een milieuorganisatie bleek gepaard te gaan met een sterk milieubesef en ook veel niet-leden bleken zich actief in te zetten voor het milieu.

Zo kwam in de jaren zestig en zeventig de zorg voor het milieu op in Nederland. Voor die tijd waren er weinig mensen die milieudegradatie als een probleem zagen. Ook Haanstra was dit opgevallen. Twee bestsellers in Nederland betreffende het milieu waren Desmond Morris’ The Naked Ape (1967) en The Limits to Growth. Haanstra haalde deze publicaties meermaals aan wanneer hij over zijn motivatie achter Bij de Beesten af sprak. Het milieu was meer in de belangstelling komen te staan. Ook het veel door Haanstra geciteerde werk Over agressie bij dier en mens (1965) van Konrad Lorenz was van grote invloed in de jaren zestig in Nederland. Het boek markeerde een belangrijk punt in de ontwikkeling van een nieuwe wetenschap, de ethologie. Professor in de ethologie Gerard Baerends, die Haanstra hielp met het maken van zijn film, beschreef de wetenschap als een fysiologisch comparatieve psychologie die opkwam in de jaren dertig, waarbij het menselijke gedrag wordt verklaard aan de hand van het gedrag van dieren. In 1972 schreef het NRC Handelsblad: ‘Het thema “parallellen in het gedrag van dieren en mensen” heeft een bijna magische aantrekkingskracht voor het grote publiek. Sedert Desmond Morris’ Naakte aap (1967) een bestseller werd is de populariteit van alles wat met “de natuur” te maken heeft geëscaleerd. Met een soort wanhopige honger worden boeken, films, artikelen over “de natuur” verslonden.’ De krant verwees hiermee naar de grote toename in publicaties en films over de natuur, het milieu en het dierenrijk eind jaren zestig en begin jaren zeventig. Een belangrijke voorloper op het gebied van natuurfilms was Walt Disney’s televisiedocumentaireserie True-Life Adventures (1948-1960). Ook Strijd zonder einde werd in de jaren zeventig nog steeds vertoond. Haanstra wilde daarom een waarschuwing aan de film toevoegen betreffende het gevaar van bestrijdingsmiddelen voor het milieu; dit vonden de producenten echter overbodig. De periode 1969-1973 wordt ook wel een ‘periode van bewustmaking’ betreffende de milieuproblematiek genoemd. Uit de jaren die volgden zou blijken dat het door de Club van Rome voorspelde moment dat de natuur onomkeerbaar beschadigd zou zijn al veel eerder kwam dan verwacht.

True-Life Adventures
Walt Disney (Credit: True-Life Adventures)

De mens als beest in Bij de Beesten Af

Haanstra wilde zich afzetten tegen Disney’s gedramatiseerde, goedaardige natuurfilms en schakelde Baerends in om een wetenschappelijk verantwoorde documentaire te maken in de trend van de ethologie. Bij de Beesten af bestaat uit drie stukken: een portret van dieren, een uitweiding over hun gedrag en een vergelijking met dat gedrag van mensen. Haanstra en Baerends vergelijken hierbij territoriaal gedrag, dominantiegedrag, seksueel gedrag en de verhouding tussen ouders en jongen. Ethologen geloofden dat onderzoek naar het gedrag van jonge dieren wetenschappers op spoor kon zetten reeds bij mensenkinderen waargenomen problemen beter te begrijpen.

Het bewustmaken van het publiek met de milieuproblematiek bleef, ondanks het succes van enkele grote bestsellers en goed bekeken documentaires, een geleidelijk proces. Haanstra had zichzelf als taak gesteld in Bij de Beesten af samen te vatten wat er in de laatste tien tot vijftien jaar geschreven was over de ethologie en daarbij ook de resultaten mee te nemen van de gedragsexperimenten van Harry Harlow, J. B. Calhoun, Niko Tinbergen en vele anderen.

Bij de Beesten af kreeg echter, net als de ethologie zelf, uiteenlopende kritieken te verduren. Verzuildheid speelde in de jaren zeventig een minder grote rol, maar alsnog kwamen de meest stellige kritieken van de confessionele zijde in Nederland. De evolutietheorie van Charles Darwin werd door sommige groepen in Nederland nog steeds niet geaccepteerd, ook niet toen in de jaren zestig de wetenschap van moleculaire genetica verschillende belangrijke vondsten deed betreffend DNA-structuren. Er was daarnaast op religieus gebied ook veel commentaar dat de mens uniek zou zijn en boven het dier stond. Een vergelijking tussen de twee zou daarom onmogelijk zijn.

Meer inhoudelijke kritieken kwamen van minder conservatieve kranten. Net als bij Alleman bleek het overgrote deel van de pers lovend over de film, maar opnieuw plaatste de ene krant meer vraagtekens bij de film dan de andere. In de recensies van Bij de Beesten af zijn de kritieken daarbij scherper dan bij Alleman. Haanstra had zijn publiek – ditmaal niet alleen Nederland, maar de mensheid als geheel – een spiegel willen voorhouden betreffende hun gedrag en de manier waarop zij in hun leefmilieu stonden. Het doel van de film was eerder vragen te stellen omtrent de ethologie dan te beantwoorden. De wetenschap had zich nog niet ver genoeg ontwikkeld om ook daadwerkelijk antwoorden op die vragen te kunnen geven. Dit was voor veel recensenten een minpunt aan de film.

Haanstra zei zichzelf te willen opstellen als bemiddelaar tussen de wetenschap en het grote publiek. In de film ligt de nadruk op sociaal gedrag en Haanstra weet dit succesvol te illustreren. Zo stelt het Algemeen Dagblad dat het gedrag van dieren in Bij de Beesten af ons te denken geeft over ‘de wortel van ons eigen doen en laten’. Regelmatig wordt de sequentie aangehaald waarin chimpansees gebruikmaken van gereedschappen om mieren te vangen. ‘Zoals in vrijwel alle films van Haanstra zit je weer vanuit de bioscoopzaal naar jezelf te kijken. Denk maar aan “Alleman” en “Zoo,”‘ schreef het Algemeen Dagblad. Accent noemt Haanstra’s film ‘het werk van een ongelooflijk moedig en idealistisch mens’.

Zoo
Een uitje in de dierentuin (Credit: Zoo)

Er waren zoals gezegd echter ook veel negatieve kritieken; deze kwamen met name uit wetenschappelijke hoek. Elseviers Weekblad is van mening dat de parallelmontage tussen het gedrag van mens en dier iets te voor de hand liggend is, en dat Haanstra zich er te gemakkelijk van af heeft gemaakt. De wetenschappelijkheid in de film is volgens hen soms ver te zoeken. Deze mening wordt gedeeld door Het Parool. De krant noemt Haanstra’s conclusies suggestief, dwingend en tegelijkertijd ongegrond. Deze uitspraak is onderdeel van een grotere overkoepelende kritiek op de film, welke het best verwoord wordt door het NRC Handelsblad: ‘Wanneer sociale verschijnselen bij de mens dezelfde functie en verschijningsvorm hebben als bepaalde dierlijke gedragingen betekent dit echter nog niet dat zij ook dezelfde oorzaak hebben als dat dierlijke gedrag.’

Haanstra zou te snel conclusies trekken, open deuren intrappen en een te sterke biologische visie op het menselijk gedrag hanteren. Volgens De Volkskrant zou de ingewikkeldheid van de hedendaagse maatschappij te ver af staan van de eenvoudige en stabiele samenleving van dieren. Men name Haanstra’s fatalistische visie op overbevolking werd door veel kranten afgewezen. Geweld en agressie zouden hun oorzaak niet zoals Haanstra in de trend van Lorenz en Baerends stelt in de biologische aard van de mens vinden, maar in de cultuur, politiek en idealen van de samenleving. Het NRC Handelsblad vat het commentaar samen door te stellen dat ethologen geen dierlijke verklaring voor menselijk gedrag zouden moeten zoeken als er een menselijke verklaring voorhanden was. Bij de Beesten af zou, hoe sterk de film ook was, toch aanvoelen als ‘een gigantische reclamespot voor de ethologie’.

Twee spiegels: problemen, waarden en wensen in Haanstra’s films

Ondanks de vele lovende kritieken van Alleman werd Haanstra verweten dat de film te vriendelijk was, te mild. Deze keuze die Haanstra maakte om geen kwetsende of bezwarende beelden van zijn volk te laten zien, sloot niet goed aan op de heersende waarden in de samenleving van de jaren zestig. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het feit dat veel recensenten schrijven over Haanstra’s Waterlooplein-sequentie, waarin de cineast reflecteert op de Tweede Wereldoorlog. Vrij Nederland noemt de sequentie een “juweeltje” waarin Haanstra ‘op bijna unieke wijze de reactie geeft van alleman op wat er in die tijd gebeurd is.’ Buiten deze sequentie om lijkt Haanstra voornamelijk de gemoedelijkheid van de Nederlander aan te spreken. De Waterlooplein-sequentie wordt zo vaak genoemd omdat andere sociale problematiek achterwege blijft in de film. Wat overblijft is een idealistische versie van het volk; een gekleurde spiegel. Vos stelt dat een film nooit één op één een weerspiegeling van de maatschappij kan zijn, omdat films tijdens het productieproces door allerlei factoren beïnvloed worden. Zo wordt het “spiegeleffect” in Alleman sterk beïnvloed door de normen en waarden van Haanstra betreffende het filmen met een verborgen camera. Daarnaast staat de cineast bekend om zijn virtuoze montage en beeldrijm, waarmee hij van Alleman soms meer een beeldend kunstwerk dan een documentaire maakt.

Ten tijde van Bij de Beesten af was Haanstra’s populariteit in Nederland afgenomen. Zelf was hij wat cynischer geworden en hij begreep dat een humoreske montage en het kunstig rangschikken van beelden niet langer genoeg waren voor het maken van een succesvolle film. In zijn nieuwe film houdt Haanstra het publiek daarom een heel andere spiegel voor: zijn ideeën betreffende de fatalistische gevolgen van overbevolking zoals geweld, agressie, milieuvervuiling en het uitsterven van dieren reflecteren een duister beeld van de moderne samenleving. Zo toont Haanstra tien jaar na Alleman een heel ander beeld van het volk, geïnspireerd door de ethologie en de “groene golf” die in het voorliggende decennium over zijn land trok.

‘Tien jaar geleden maakten we ons niet druk over milieuproblemen. Als je welvaart wilde uitdrukken, deed je dat aan de hand van rokende schoorstenen. Nu wordt er gezegd: ’t Gaat helemaal verkeerd. Milieuvervuiling, de grote opeenhoping van mensen – je kunt elkaar niet meer ontlopen, steeds weer heb je te maken met elkaars geluid, elkaars aanwezigheid. Overbevolking verhoogt de agressie.’

J. Mulder

De nieuwe visie van Haanstra op de mens staat ver af staat van zijn zachtmoedige visie in Alleman. Hij laat onder andere uitgebreid zien hoe goed en hoe slecht mensen met dieren omgaan. Op een enkele uitzondering na is de hele pers het ermee eens dat het in beeld brengen van het dierenrijk en het gedrag van haar bewoners Haanstra gelukt is, maar zoals de Haagse Post het stelt ‘vliegt [de film] op ongeveer tweederde van de speeltijd reddeloos de bocht uit’ wanneer Haanstra aan zijn vergelijking tussen mens en dier begint. De inherente betekenis van Bij de Beesten af werd echter goed overgenomen: of men het nu met Haanstra’s methodes eens was of niet, de boodschap dat wij veel van het gedrag van dieren kunnen leren, kwam wel over. Meer dan in Alleman maakt Haanstra in de film gebruik van wat Vos noemt de ‘problematiek, waarden en wensen’ van de maatschappij. In zijn film haalt hij actuele problemen aan zoals overbevolking, milieuvervuiling en dierenmishandeling. Ook becommentarieert hij het uitsterven van diersoorten door toedoen van de mens. Bij de Beesten af ging echter voor sommige mensen te ver tegen de heersende denkbeelden over de mens, God en het dier in. Zij verwierpen de film op grond van hun geloof, maar erkenden daarbij toch de mooie beelden van die Haanstra van het dierenrijk schoot. Op basis van Vos’ visie op de reflectiethese heeft Haanstra bij zowel Alleman als Bij de Beesten af zijn best gedaan het publiek een spiegel voor te houden, maar wellicht op een te eenzijdige wijze om volledig te kunnen aansluiten op de eigentijdse maatschappij.

Alleman
Sport in Nederland (Credit: Alleman)

Conclusie

Met Alleman presenteerde Bert Haanstra zijn publiek een goedaardige, milde versie van zijn volk. De critici bejubelden Alleman, maar veel van hen maakten toch een kanttekening bij de film. De keuze niemand te willen kwetsen leverde volgens recensenten een te eenzijdige film op. Men vond het leuk om zichzelf – letterlijk en figuurlijk – op het scherm te herkennen, maar een perfecte “spiegel van Nederland” was de film niet. Alleman was Haanstra’s idealistische versie van de “perfecte Nederlander”.

Eind jaren zestig maakte Haanstra de keuze om zijn publiek in zijn nieuwe film Bij de Beesten af een minder rooskleurige spiegel voor te houden. Reden hiervoor was zijn veranderde houding ten opzichte van de samenleving. Haanstra was nu minder mild en minder bang om mensen te kwetsen. Ook realiseerde hij zich dat de speelse montage zoals hij die had gehanteerd in Zoo en Alleman niet genoeg meer was voor een succesfilm.

Zoo
Gek doen in de dierentuin (Credit: Zoo)

Met zijn nieuwe film speelde hij daarom in op de eigentijdse milieuproblematiek van de jaren zestig en zeventig. In de voorliggende vijftien jaar waren de negatieve gevolgen van de modernisatie ten opzichte van het milieu eindelijk duidelijk geworden en er kwamen veel boeken en films uit die de Nederlanders bekend maakten met het verslechterende milieu. Haanstra nam het als taak op zich te bemiddelen tussen de wetenschap en het volk en kreeg daarbij hulp van Gerard Baerends, professor in de ethologie – een fysiologisch comparatieve psychologie waarbij het menselijke gedrag wordt verklaard aan de hand van het gedrag van dieren. Recensenten waren opnieuw lovend, maar ook nu hadden zij weer kritiek. Bij de Beesten af zou geen goede weerspiegeling van Nederland zijn omdat, opnieuw, Haanstra’s visie te eenzijdig zou zijn. Haanstra keek wel vanuit een biologisch perspectief naar het gedrag van dieren en vergeleek dat met soortgelijk gedrag van mensen, maar hij negeerde daarbij de culturele, politieke en ideologische beweegredenen van de mens.

Er kan geconcludeerd worden dat Haanstra met zowel Alleman als Bij de Beesten af bepaalde problemen, waarden en wensen uit de maatschappij in beeld heeft weten te brengen. Bij de Beesten af slaagde hier het beste in door de milieuproblematiek van de voorgaande jaren onder de loep te nemen en meer maatschappijkritisch te zijn. De getoonde reflectie van de samenleving was volgens critici in beide films echter onvolledig. Financieel en kritisch waren de films een succes, maar een echte spiegel van de Nederlandse samenleving heeft Haanstra zijn publiek niet weten te tonen. Zijn films waren te eenzijdig om een volledige weerspiegeling van de eigentijdse maatschappij te presenteren.

Alleman
Dammen in het park (Credit: Alleman)

Grade: 7.5/10.

Primaire Bronnen *

Bekijk primaire bronnen
  • Accent. “Wie is bang voor de verborgen camera?” Accent (6-7-1968).
  • Algemeen Dagblad. “Bij de Beesten Af. Blik op mens en dier.” Algemeen Dagblad (22-12-1972).
  • Baerends, G. P. “Bij de beesten af. Film Haanstra geeft biologische visie op menselijk gedrag.” Intermediair (8-12-1972).
  • Berge, H. ten. “Boontje komt om zijn loontje. De verborgen camera zag nu Haanstra!” De Telegraaf (29-2-1964).
  • Berge, H. ten. “De milde camera van Bert Haanstra. “Alleman” is Zo(o). Een portret vol Nederlanders.” De Telegraaf (19-12-1963).
  • Berge, H. ten. “Zo ziet Bert Haanstra mens en dier in “Zoo.”” De Telegraaf, (17-3-1962).
  • Bertina, B. J. “Mensen en Dieren in Artis. ’n Filmjuweel van Bert Haanstra.” De Volkskrant, (17-3-1962).
  • Bertina, B. J. “Over film gesproken… Betoogtrant.” Nieuwe Rotterdamse Courant (13-3-1964).
  • Bertina, B. J. “Uniek epos vol kijk-ervaring. Nieuwe Haanstra-film onthult menselijk dierengedrag.” De Volkskrant (20-12-1972).
  • Bertina, B. J. “Unieke visie van BERT HAANSTRA, de filmer die van mensen houdt.” De Volkskrant (19-12-1963).
  • Bibeb. “Bert Haanstra en ‘Alleman.'” Vrij Nederland (28-12-1963).
  • Boost, C. “ALLEMAN zoals Haanstra die ziet.” Het Parool (5-4-1963).
  • Boost, C. “Bert Haanstra’s nieuwe film “Alleman”. Onvergelijkelijk en veelzijdig portret van de Nederlander.” Haarlems Dagblad (20-12-1963).
  • Boswinkel, W. “Alleman: Beeld van lief Nederland.” Algemeen Handelsblad (19-12-1963).
  • Bruijn, K. de. “”ALLEMAN”: Haanstra kijkt mild naar ons alledaagse leven.” Haagse Courant (19-12-1963).
  • Bruijn, K. de. “Bert Haanstra maakt filmbeeld van ons volk.” Haagse Courant (6-12-1963).
  • C.v.A. “”Bij de beesten af” in cinema: Een beestachtige goede film.” Deventer Dagblad (23-2-1973).
  • Dagblad voor Noord-Limburg. “Kijken naar mens en dier in “Bij de beesten af.”” Dagblad voor Noord-Limburg (15-2-1973).
  • De Tijd-Maasbode. “”Alleman” Spiegel van dé Nederlander. Bert Haanstra hanteert weer verborgen camera.” De Tijd-Maasbode (19-12-1963).
  • De Volkskrant. “Debat over film Haanstra. Verschillen in gedrag tussen mens en dier.” De Volkskrant (24-2-1973).
  • Dijk, J. J. M. van. “Haanstra’s film: stof voor discussie.” NRC Handelsblad (22-12-1972).
  • Doolaard, C. B. “Bert Haanstra bekeek Nederland: “Alleman.”” Het Parool (19-12-1963).
  • Doolaard, C. B. “Erg fraai kijkspel roept veel vragen op.” Het Parool (22-12-1972).
  • Doorn, F. van. “Nog even wachten op de echte nieuwe Haanstra.” Haagse Post (9-6-1962).
  • Goudsche Courant. “‘Bij de beesten af’ schoonheid van film.” Goudsche Courant (7-2-1973).
  • Haagse Post. “Is de mens een beest?” Haagse Post (24-2-1973).
  • Haarlems Dagblad. “Alleman.” Haarlems Dagblad (30-3-1963).
  • Hemstede, H. J. “Bert Haanstra schoot met camera op dieren.” Publicatie in een onbekende krant (1972).
  • Het Parool, W. “Bert Haanstra is op zoek.” Het Parool (30-3-1963).
  • Het Parool. “Discussie over film ‘Bij de beesten af.'” Het Parool (24-2-1973).
  • Het Vaderland. “”Zoo” van Bert Haanstra: Verrukkelijk film over mensen in dierentuin.” Het Vaderland (17-3-1962).
  • Het Vrije Volk. “Haanstra pakt gewone leven met zijn ‘verborgen camera.'” Het Vrije Volk (20-5-1963).
  • Hoeven, E. van. “‘Bij de beesten af’ nieuwe film van Bert Haanstra.” Limburgs Dagblad (16-12-1972).
  • Hulsing, B. “Bert Haanstra filmt mensen zoals ze zijn. Maar je mag ze niet te kijk zetten” De Waarheid (9-6-1962).
  • Janssonius, M. “Alleman.” Nieuwe Rotterdamse Courant (28-3-1964).
  • Klerk, J. de. “Bodemloze verbazing bij Haanstra’s beesten.” Accent (6-1-1973).
  • Koolhaas, A. “Een filmcamera kan dodelijk zijn, maar: ALLEMAN gunt ALLEMAN plezier om zichzelf in de anderen.” De Volkskrant (31-12-1963).
  • Lemstra, J. “”Bij de beesten af” stemt tot nadenken.” Winschoter Courant (30-12-1972).
  • Milo. “Haanstra zet mens briljant voor aap.” Het Binnenhof (22-12-1972).
  • Mulder, J. “Bert Haanstra. De mens achter het beest.” Elseviers Weekblad (6-1-1973).
  • Munniks, R. R. “Wat anderen ervan denken. Bij de beesten af.” De Telegraaf (19-1-1973).
  • Nieuwe Rotterdamse Courant. “Haanstra, Alleman en ons lieve volkje.” Nieuwe Rotterdamse Courant (31-1-1964).
  • Nieuwe Rotterdamse Courant. “Miljoenste bezoeker van Alleman.” Nieuwe Rotterdamse Courant (7-2-1964).
  • Nieuwe Rotterdamse Courant. “Ons volk als object van een documentaire. Haanstra’s Alleman.” Nieuwe Rotterdamse Courant (20-12-1963).
  • R.F. “Alleman: Een spiegel of niet?” Vrij Nederland (4-1-1964).
  • Rotterdamsch Nieuwsblad. “Een nieuwe film van eigen bodem. ALLEMAN. Wij allen bespied door de verborgen camera van Bert Haanstra.” Rotterdamsch Nieuwsblad (14-12-1963).
  • Schumacher, W. J. “Haanstra’s “Bij de beesten af”. Tóch aapjes kijken.” Elseviers Weekblad (23-12-1972).
  • Terreehorst, P. “Weemoed overheerst bij kijken naar Alleman.” De Volkskrant (1-10-1993.
  • Trouw. “Verborgen camera’s en nietsvermoedende Nederlanders maakten “Alleman.”” Trouw (2-11-1963).
  • Veld, T. in ’t. “Bert Haanstra’s “Bij de beesten af” was bij de feesten klaar.” Libelle (23-12-1972).
  • Verstappen, W. “De welles-nietes ideologie van Haanstra. “Bij de beesten af.”” Vrij Nederland (6-1-1972).
  • Voogd, J. J. “Zo zijn we allemaal ook nog eens een keer… Ons zelf bekijken in ‘Alleman.'” Paraat ( 7-2-1964).
  • Winschoter Courant. “Bert Haanstra’s zorgen over Alleman: Wat kon wel en wat kon niet: lief opaatje, onbescheiden vrijer.” Winschoter Courant (3-3-1964).

* Alle deze bronnen zijn te vinden in het Bert Haanstra-archief in het EYE Film Instituut Nederland te Amsterdam, archiefnummer 081.

Literatuurlijst

Bekijk literatuurlijst
  • Beeld en Geluid. “Biografie Bert Haanstra” [2011] Beeld en Geluid – 1-11-2011. www.beeldengeluid.nl/template_subnav.jsp?navname=collectie_algemeen_specials_bert_haanstra&category=collectie_informatie&artid=56962.
  • Beeld en Geluid. “Filmografie Bert Haanstra” [2011] Beeld en Geluid – 1-11-2011. www.beeldengeluid.nl/template_subnav.jsp?navname=collectie_algemeen_specials_bert_haanstra&category=collectie_informatie&artid=56964.
  • Close-Up: Over Haanstra, Reg. & Scen. R. Orthel, Hilversum: AVRO, 30-9-2007. Terug te kijken op: www.allesgemist.nl/video/AVRO+Close+Up%3A+Over+Haanstra/75490.
  • Cramer, J. De groene golf. Geschiedenis en toekomst van de milieubeweging. Utrecht: Uitgeverij Jan Van Arkel Crooijmans, 1989.
  • Eybergen, J. L., red. Bij de beesten af: Overeenkomsten in gedrag van dier en mens. Amsterdam: Ploegsma, 1972.
  • Heijs, J. en Oosterbeek W., red. Bert Haanstra: Het Bewogen Oog. Dordrecht: I.C.G. printing B.V., 1983.
  • Het Uur van de Wolf: Bert Haanstra. Reg. G. J. Rijnders & M. Van der Molen. NTR, 27-10-1997. Terug te kijken op: www.geschiedenis24.nl/speler.program.7044570.html.
  • Hogenkamp, B. De documentaire film 1945-1965. De bloei van een filmgenre in Nederland. Rotterdam: Uitgeverij 010, 2003.
  • Just Entertainment. Booklet DVD BOX ‘Bert Haanstra Compleet.’ Hilversum: Just Entertainment, 2007.
  • Labohm, H. “Het milieu-manifest.” [14-2-2004] Trouw – 1-11-2011. www.tegenwicht.org/12_moraal/milieumanifest.htm
  • Lorenz, Konrad Z. Over agressie bij dier en mens. Amsterdam: Ploegsma, 1965.
  • Mathijs, R. The Cinema of the Low Countries. Bognor Regis: Columbia University Press, Wallflower Press, 2004.
  • Meadows, D. L., et. al. The Limits to Growth: a global challenge. New York: Universe Books, 1972.
  • Meadows, D. L., et. al. Limits to growth: The 30-year update. New York: Universe Books, 2004.
  • Nelissen, N. J. M. De Nederlanders en hun milieu: een onderzoek naar het milieubesef en het milieugedrag van vroeger en nu. Zeist: Kerckebosch, 1987.
  • Nelissen, N. J. M. Gemeenten en milieubesef: wat doen de gemeenten aan de bevordering van het milieubesef? Resultaten van een onderzoek verricht door de Raad der Europese Gemeenten en het Sociologisch Instituut van de Universiteit te Nijmegen onder leiding van N. J. M. Nelissen. Nijmegen: Sociologisch Instituut van de Universiteit te Nijmegen, 1972.
  • Rooy, P. de. Republiek van rivaliteiten: Nederland sinds 1813. 2e Editie. Amsterdam: Metz & Schilt, 2002.
  • Schoots, H. Bert Haanstra. Filmer van Nederland. Amsterdam: Mets en Schilt, 2009.
  • Scott, P. The launching of a new ark: first report of the President and Trustees of the World Wildlife Fund, an international foundation for saving the world’s wildlife and wild places; 1961-1964. Londen: Collins, 1965.
  • Steg, E. M. Verspilde energie? Wat doen en laten Nederlanders voor het milieu. Den Haag: Sociaal en Cultureel Planbureau, 1999.
  • Vos, C. Bewegend verleden. Inleiding in de analyse van films en televisieprogramma’s. Amsterdam: Boom, 2004.

More articles on Movies